Schrijven

Waarom ik feministisch ben – en dat altijd zal blijven

Ik heb lang getwijfeld of ik er een blog aan zou wagen. Zodra mensen het woord feminisme horen, gaan de stekels omhoog.
Feminisme… het kan mij lezers kosten, volgers en misschien zelfs wel mensen in de directe omgeving. Feminisme… Ik hoor vaak mensen het woord feminisme uitspugen alsof het een slang is dat ze kan bijten. Feminisme… de blauw harige vrouwen met okselhaar die schreeuwen dat ze mannen haten.
Maar dat is geen feminisme.

Er zijn verhalen die je nooit in een boek hebt gelezen, maar die tóch in je bloed zitten. Verhalen van vrouwen die zich een weg moesten banen door een wereld die hen liever klein hield. Vrouwen die opstonden, niet omdat ze wilden, maar omdat ze moesten.
De Dolle Mina’s is het eerste wat er in me opkomt als ik denk aan vrouwen die moesten vechten voor basis behoeftes.
Ik ben 39 jaar en heb blauw haar (en bruin…) en ik noem mezelf zonder schroom feminist. Niet omdat het modieus is. Niet omdat het een trend is. Maar omdat mijn vrijheid, mijn stem, mijn opleiding, mijn werk – alles wat ik vandaag mag doen en zijn – gebouwd is op de offers van vrouwen vóór mij. En omdat de strijd nog lang niet gestreden is.

Feminisme is de overtuiging dat vrouwen gelijke rechten, kansen en waardigheid verdienen als mannen – op elk vlak van het leven. Het is geen strijd tegen mannen, maar een strijd tegen ongelijkheid.


Aletta vroeg toestemming. Ik niet meer.

In 1871 schreef Aletta Jacobs een brief met de simpele vraag of zij mocht studeren. Die vraag veranderde alles. Ze werd de eerste vrouwelijke student van Nederland.
Als ik mijn boeken schrijf – met krachtige mensen in de hoofdrol – als ik in een vergadering mijn visie deel of wanneer ik probeer uit te leggen hoe mijn denkwijze in elkaar steekt, dan voel ik haar ergens met me meelopen.
Zij die durfde te vragen.
Zij die het systeem uitdaagde met één zin.
En dankzij haar hoef ik die vraag niet meer te stellen. Ik neem mijn plek in.


Mijn voorouders moesten alles alleen doen. Zonder rechten.

Onlangs ben ik begonnen met het uitpluizen van mijn stamboom aan mijn moeders kant – en dan specifiek de vrouwentak. Mijn oma heb ik nooit gekend. Ze overleed vóór mijn geboorte, haar persoonlijke verhalen ken ik niet, maar wel de verhalen die mijn moeder me vertelt.
Mijn oma werd op jonge leeftijd weduwe. Plots alleen. Moeder van een groot gezin. En ze moest het alleen doen. Ondanks dat de oudere kinderen meehielpen, was ze alleen met haar verdriet en haar zorgen.
Maar helaas was ze niet de enige. Mijn stamboom zit vol met verdriet. Kindersterfte en weduwes die er alleen voor kwamen te staan.
Mijn oma leefde op een moment in de tijd waarop vrouwen nét handelingsbekwaam werden gezien, maar haar moeder – mijn overgrootoma – was dat niet.
Tot 1956 golden gehuwde vrouwen als handelingsonbekwaam – ze mochten geen contract tekenen, geen financiële beslissingen nemen zonder toestemming van een man.
Hoe moet dat geweest zijn? Wanneer je wél verantwoordelijk bent voor een gezin, maar wettelijk niet als volwaardig burger wordt gezien? Wanneer je het leven alleen moet dragen, terwijl de samenleving zegt: ‘Je kunt dit niet.’
Zij hadden geen keuze. De wereld eiste zelfstandigheid van hen, maar gaf hen de middelen niet.


Ik schrijf onder mijn eigen naam. Dat is nog niet zo vanzelfsprekend.

Er was een tijd – en die is nog niet eens zo lang geleden – dat vrouwen na hun huwelijk simpelweg ontslagen werden.
Nu werk ik al een aantal jaren. Ik schrijf boeken, onder mijn eigen naam.
(Ooit afgevraagd waarom vrouwelijke auteurs vroeger mannelijke pseudoniemen gebruikten? Omdat ze anders niet gepubliceerd werden. Hun woorden werden pas serieus genomen als men dacht dat ze van een man kwamen.)
Ik leef van woorden. En toch… nog steeds zie ik hoe vrouwen met gelijke competenties minder verdienen. Hoe ze harder moeten werken voor dezelfde erkenning. Hoe hun werk vaker wordt ondermijnd, geminimaliseerd of genegeerd.
De loonkloof is geen mythe. Het glazen plafond is geen verzinsel. Het is er. En ik ben het zat om te doen alsof het wel meevalt.


Het onmogelijke woord

Pas sinds 1983 is het recht op lichamelijke integriteit grondwettelijk vastgelegd in Nederland. Twee jaar voor ik werd geboren. Abortus werd pas in 1984 legaal in Nederland.
En met de invoering van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) in 1995 werd het wettelijk verankerd dat vrouwen – gehuwd of niet – zelfstandig medische beslissingen mogen nemen. Denk aan een ingreep zoals een sterilisatie: een vrouw heeft daar geen toestemming van haar partner voor nodig. Wat nu als vanzelfsprekend voelt, is pas sinds 1995 ingegaan. Lees eens terug… 1995.
Het idee dat jouw lichaam niet van jou is, dat beslissingen over leven en dood buiten jezelf genomen worden – dat blijft mij raken.
Je kunt ervan vinden wat je wilt, maar het is niet jouw recht om voor een ander te bepalen wat die persoon wel of niet mag doen met zijn/haar eigen lichaam. Wil je geen abortus? Om wat voor reden dan ook, dan doe je het niet.
De mensen die roepen dat abortus niet mag van de bijbel – veroordelen mag ook niet van de bijbel (Mattheüs 7:1: “Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt”). Mensen haten mag ook niet (1 Johannes 4:20: “Wie zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar zijn broeder haat, is een leugenaar”). De Heer verheerlijken met lege woorden mag ook niet (Jesaja 29:13: “Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij vandaan”). En zijn naam te pas en onpas gebruiken al helemaal niet (Exodus 20:7: “Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet”). En dan laat ik homohaat nog buiten beschouwing, aangezien deze tekst pas sinds 1945 in de bijbel is verschenen…
Maar was het niet Jezus die zei dat we mensen moesten accepteren zoals ze zijn? Om van ze te houden ondanks de tekortkomingen? Hij koos keer op keer voor de mens achter de fout, niet voor de veroordeling.
We hadden niet voor niets de slogan: Een betere wereld begint bij jezelf.
Je bent niet Pro-life, je bent Pro-controle. Want waar ben jij als het kindje is geboren bij een gezin dat niet van het kind houdt? Waar ben jij als het kindje ontspoort omdat het geen liefde en begeleiding krijgt? Waar ben jij als er medische kosten zijn n.a.v. de zwangerschap of geboorte? Waar ben jij als het gezin het financieel niet kan opbrengen om het kindje een goed en mooi leven te geven – waar ben jij dan?


Ik ben klaar met slachtoffertje pesten

Nog steeds worden vrouwenrechten wereldwijd én hier in Nederland opnieuw ter discussie gesteld.
Nog steeds wordt er geoordeeld, gewezen, gesuggereerd dat we ‘voorzichtiger’ hadden moeten zijn.
En eerlijk? Ik ben klaar met het slachtoffertje pesten.

Was het echt mijn schuld?
door Darshan Mondkar – vertaling

“Wat had je aan?” vroegen ze.
“Een hoodie en een spijkerbroek,” zei ik.
“Maar hoe laat was het?” vroegen ze.
“Zes uur ’s avonds,” zei ik.
“Was je dronken?” vroegen ze.
“Ik drink niet,” zei ik.
“Heb je geschreeuwd?” vroegen ze.
“Ja. En gehuild. En gesmeekt,” zei ik.
“Heb je je verzet?” vroegen ze.
“Ja. Totdat hij mijn ribben brak,” zei ik.
“Maar heb je nee gezegd?” vroegen ze.
“Ja. Keer op keer op keer,” zei ik.
“Maar bedoelde je het echt?” vroegen ze.
“Ja,” fluisterde ik.
“Maar je zei het niet luid genoeg,” zeiden ze.
“Was het echt mijn schuld?” vroeg het korte rokje.
“Nee, het gebeurde ook met mij,” zei de boerka.
De luier in de hoek kon niet eens spreken.
En toen besefte ik: het was niet ik die moest leren nee zeggen…
Jullie moesten leren luisteren.

Onlangs werd een Belgische mannelijke student gynaecologie schuldig bevonden aan verkrachting.
Schuldig. Maar hij werd niet gestraft.
Waarom niet? Omdat de rechter hem jong vond, bekwaam, en met een veelbelovende toekomst als arts van vrouwen.
Lees dat nog eens. Een verkrachter… Die vrouwen zal onderzoeken. En die wél een toekomst verdient.
Wat betekent dat voor zijn slachtoffer? Voor het meisje dat hij verkrachtte? Die voor haar leven getekend is?
En dan vragen mensen zich af waarom vrouwen in 90% van de gevallen geen aangifte doen?
Dít is waarom.
Omdat er niet naar ons geluisterd wordt. Omdat wij niet serieus worden genomen.
Omdat we vragen krijgen als:
– ‘Wat had je aan?’
– ‘Hoe heb je hem aangekeken?’
– ‘Heb je wel duidelijk nee gezegd?’
– ‘Heb je wel tegengestribbeld?’
– ‘Had je drank op?’
– ‘Lokte je het niet uit?’
Alsof je ooit verkrachting kunt uitlokken.
Waarom wordt er niet tegen de dader geschreeuwd?
Waarom vragen we aan vrouwen om zich te verdedigen, in plaats van mannen om te stoppen?
En alsof dat nog niet genoeg is, wordt vrouwenhaat inmiddels openlijk gevierd en gevoed. Online zie je mannen als Andrew Tate miljoenen volgers verzamelen met boodschappen die vrouwen reduceren tot bezit, die verkrachting bagatelliseren en vrouwenzelfstandigheid als bedreiging afschilderen. En duizenden jongens slikken die ideeën als waarheid.
We leven in een tijd waarin vrouwenhaat opnieuw maatschappelijk geaccepteerd lijkt te worden. En dat mag nooit normaal worden.


Ik blijf spreken. Ook als men het liever niet hoort.

Of het nu in mijn boeken is of in de gesprekken aan de keukentafel – ik zal altijd blijven benoemen waar ongelijkheid leeft.
Feminisme is geen gezeur.
Het is geen klaagzang.
Het is een erfenis.
En een belofte.

Voor mijn overgrootouders, die het zonder rechten moest doen.
Voor mijzelf, omdat ik die rechten niet voor lief neem.
Voor de slachtoffers die nooit geloofd werden.
Voor de puber die in de mooie woorden van een ouder iemand trapte.
Voor degene die zich een vrouw voelt.
Voor degene die zich een man voelt.
Voor degene die zich niets voelt.
En voor iedereen die nog op zoek is naar zijn of haar stem.

Ik ben feministisch. En dat zal ik altijd zijn.

Schrijven, Sneak peeks

📢 Exclusieve Sneak Peek! 📢

De eerste twee hoofdstukken van mijn nieuwe thriller “De Laatste Kans” zijn nu online te lezen! 🔥

Een onbekende stalker. Een FBI-analist die een oude nachtmerrie herkent. Een ex-agent die haar verleden niet langer kan ontwijken.

🕵️‍♀️💻💥 De jacht op de waarheid begint… maar sommige geheimen hadden beter verborgen kunnen blijven.

Proloog

Utah
Al drie jaar hield ik haar in de gaten, mijn verboden vrucht.
Ze was betoverend in dat bruingele cheerleaderuniform. De  schoolkleuren leken op anderen dof en zwaar, maar op haar huid kwamen ze tot leven, alsof ze speciaal voor haar waren ontworpen. Haar blonde haren,  glanzende lokken die als gouden linten wapperden in de wind, trokken elke keer weer mijn blik. Ze voerde haar bewegingen zo zelfverzekerd uit, elk sprongetje, elke draai, alsof ze een voorstelling gaf die alleen voor mij was bedoeld. Dit was haar training, maar voor mij leek het een intieme dans.

Ik kende haar agenda beter dan wie dan ook. Ze had geen geheimen voor me; ik wist precies waar ze zou zijn en wanneer. Elke dag van de week was als een vast ritueel dat ik kon dromen. Doordeweeks bleef ze tot vier uur op school en op maandag, woensdag en zaterdag werkte ze achter de kassa in een stoffige, oude drogisterij. Ik was er vaak genoeg geweest om haar te zien terwijl ze klanten begroette, haar glimlach vastgelegd in mijn herinnering. Op dinsdag en donderdag trainde ze met haar cheerleaderteam tot vijf uur, waarna ze zich haastig over haar huiswerk boog, het gezicht gefocust en streng. Vrijdagavond was het enige moment dat ze zichzelf even liet gaan, omringd door vriendinnen in het winkelcentrum, een zeldzame glimlach op haar gezicht, alsof ze voor even ontsnapte aan haar zorgvuldig geplande leven.

Zaterdag was ze terug in haar routine, verdiept in boeken en op zondag bracht ze de dag met haar familie door in de kerk, haar hoofd gebogen in devotie. Daarna was het tijd voor de gemeenschap, waar ze activiteiten deed met andere jongeren. Ze was zo dichtbij, maar toch zo onbereikbaar.

Een vuurkern van woede begon te branden diep in mijn buik. Hoe kon ze me zo makkelijk over het hoofd zien? Hoe kon ze niet voelen dat ik haar elke stap met bewondering en verlangen volgde? Elke keer dat ik haar zag, werd dat verlangen ondraaglijker. Ik stelde me voor hoe ze naast me zou zitten, mijn vingers door haar lokken glijdend, haar zachte adem vlakbij, haar geur die mijn zintuigen zou vullen.
Op het moment dat ze naar de kleedkamer liep, greep ik mijn telefoon en zoomde in, mijn ogen fixerend op haar sierlijke silhouet, de vloeiende bewegingen van haar lichaam. Ik maakte een reeks foto’s, elke stap vastgelegd, elk beeld een stukje van haar dat ik kon bewaren. Toen ze uit het zicht verdween, liet ik mijn telefoon zakken en keek naar het scherm, ingespannen, alsof ik door de pixels heen haar warmte kon voelen.

Ik startte het busje, mijn hand rustte even op het stuur terwijl ik naar de foto’s keek, haast geobsedeerd door de illusie van nabijheid die ze me gaven. Terwijl ik langzaam wegreed, borrelde er één gedachte door mijn hoofd, een mantra die mijn hart sneller deed kloppen: wanneer zou ze eindelijk van mij zijn?

Hoofdstuk 1

Selina liep haar kantoor binnen met een grote, gele mok hete koffie in haar handen. De bittere geur van vers gemalen La Luisa-bonen uit Colombia omringde haar. Haar eigen brouwsel, exclusief gemaakt in haar persoonlijke koffiepot in de kantine. Collega’s wisten het inmiddels: die pot was verboden territorium. Niemand mocht eraan komen en Selina had er geen moeite mee gehad om die grens duidelijk te maken. Ze zou ze niet daadwerkelijk pijnigen, maar een klein computervirus naar een privécomputer sturen? Daar had ze geen problemen mee.
Selina werd al sinds jonge leeftijd als bijzonder gezien, niet alleen door haar ongeëvenaarde talent met computers, maar ook vanwege haar opvallende stijl: neon-gekleurde sieraden en nog fellere kleding met uitbundige prints. Waar haar collega’s in grijze of blauwe pakken verschenen, viel Selina op door haar uitgesproken, kleurrijke verschijning. Commentaar bleef niet uit, al was het meestal gedempt, in een poging om haar oren te ontwijken. Maar Selina wist wel beter. Ze was niet alleen uniek; ze was ook de beste technische analist op de afdeling. En dat wisten ze allemaal.

In de deuropening van haar kantoor bleef ze even staan, nam een slok van de hete koffie en sloot haar ogen, genietend van de smaak. De tientallen beeldschermen flikkerden in patronen die achter haar oogleden dansten. Na een moment opende ze haar ogen en liet haar blik over elk scherm glijden, aandachtig en scherp. Elk scherm toonde data van verschillende onderzoeken, waaronder zaken waar de FBI nog niet voor was ingeschakeld. Zodra Selina het gevoel had dat er iets niet klopte, begon ze gegevens te verzamelen, zodat het team goed voorbereid zou zijn als de zaak aan hen werd toegewezen. Het was niet altijd toegestaan en vaak vergaarde ze informatie waar officieel nog niets mee mocht gebeuren. Toch hield ze alles netjes bij in een map. Je wist maar nooit wanneer het van pas zou komen.
Op de drie onderste schermen aan haar linkerzijde stonden de gegevens van vermiste kinderen in Amerika. Van pasgeborenen tot jongvolwassenen van eenentwintig; elke dag leek de lijst langer te worden, een nooit eindigende stroom van verloren gezichten. Selina verzamelde deze gegevens via zelfgebouwde zoekprogramma’s, zodat ze, als de FBI erbij betrokken raakte, het CARD-team (Child Abduction Rapid Deployment) van de broodnodige informatie kon voorzien. Haar team, CASKU (Child Abduction and Serial Killer Unit) in Kansas City, werkte aan de zwaarste en meest gevoelige zaken omtrent kinderen.
De vijf schermen daarboven waren gevuld met informatie over een specifieke zaak die haar aandacht had getrokken. In Hot Spring County, Arkansas, waren in zes weken tijd drie tienerjongens verdwenen. Er was nog geen verband gevonden en de politie had het team niet uitgenodigd, maar haar instinct zei dat er meer aan de hand was. Ze kon het niet verklaren; het was een diepgeworteld onderbuikgevoel dat niet wegging.

Selina zette haar mok neer op het bureau en tikte met haar vlakke hand op een eenhoornspeeltje onder het middelste scherm. Het lichtte op in een paarse gloed en liet een vrolijk, mechanisch deuntje horen. Haar bureau stond vol met kleine Funko Pop-figuren, muziekdoosjes en haar geliefde eenhoorn.
Tussen al het verdriet en de duisternis die ze dagelijks op haar schermen zag, had ze dit soort kleurrijke details nodig om haar eigen wereld in balans te houden. Na jaren in deze functie waren haar emoties deels afgestompt, maar de foto’s, politierapporten en autopsierapporten waren nog steeds een constante herinnering aan hoe duister de wereld kon zijn. Haar felle sieraden en kleurrijke kleding herinnerden haar eraan dat er ook licht was, zelfs in de donkerste dagen.

Terwijl ze naar de schermen staarde, zakte ze onderuit in haar stoel. Haar e-mailbox was verrassend genoeg leeg, maar ze wist dat dit niet lang zo zou blijven. De afgelopen jaren, met de talloze bezuinigingen, werd ze vaak ingezet op andere afdelingen, wat haar werk niet minder stressvol maakte. Ze mocht nu nog maar aan twee zaken tegelijk werken, iets waar ze moeite mee had omdat er zoveel mensen waren die haar hulp konden gebruiken.
Selina typte net een nieuwe zoekopdracht in om geregistreerde zedendelinquenten in Hot Spring County op te sporen toen het scherm rechts van haar plotseling aansprong. Verbaasd keek ze naar het scherm, dat jarenlang op zwart had gestaan. Het duurde enkele seconden voordat ze besefte wat ze zag.
‘Oh… nee,’ mompelde ze, terwijl haar handen gehaast haar telefoon uit haar tas grepen. Ze wilde haar ogen niet van het scherm afhouden, uit angst dat het weer zou verdwijnen. Met haar duim tikte ze het telefoonnummer in dat ze al zo vaak had gebeld.
‘Supervisory special agent Fisher,’ klonk de lage stem aan de andere kant van de lijn.
‘Hij is terug,’ zei ze, haar stem gespannen.
‘Selina?’ Hij klonk verward.
‘Ja, meneer. Hij is terug. De website is weer actief. En… Peter staat erop.’

©Bernadette Lugies – 2025
Uitgelichte afbeelding is met AI gemaakt.