Ik stond daar op station Hardenberg met een mok dampende chocolademelk in mijn ene hand en een tas vol kaneelkoekjes in de andere. Het was kerstochtend en ik was helemaal in mijn element. Overal lichtjes, de geur van dennenbomen en Mariah Carey die uit de stationsspeakers schalde alsof ze speciaal voor mij aan het zingen was. Pure magie.
En toch voelde ik me ongemakkelijk. Niet omdat ik een hekel heb aan kerst—integendeel, ik ben kerst. Ik draag zonder schaamte een trui met een dansende Rudolph erop. Maar omdat dit alles gevaarlijk dicht bij een… ja, een Hallmark-film kwam. En laat ik één ding duidelijk maken: ik haat Hallmark-films. Het is altijd hetzelfde. Een vrouw botst tegen een knappe man, een sneeuwvlok dwarrelt op hun neus, er wordt gegiecheld en BAM! Ineens zijn ze verliefd. Kom op, mensen. Het leven is geen mierzoet koekblik!
Ik nam een grote slok chocolademelk en deed een snelle blik-check. Geen knappe mannen in zicht. Opgelucht keek ik op mijn horloge. Nog vijf minuten tot de trein naar oma zou vertrekken. Oma, mijn kerstkoningin. Kerst bij haar betekende bordspellen, mislukte kerstliedjes en spruiten waar je maag van ging protesteren. Het zou weer heerlijk worden.
Maar natuurlijk, omdat het leven soms een gemene grap is, hoorde ik ineens een stem. Niet zomaar een stem. Nee, een stem die ik had begraven in de krochten van mijn geheugen.
‘Sanne? Jij hier?’
Ik draaide me om en daar stond hij: Damian. Mijn ex. De man die ooit dacht dat hij ‘spontaan’ was door elke date te vergeten en wiens grote romantische gebaar ooit een halfdode kamerplant was. En ja, natuurlijk zag hij er belachelijk goed uit in een donkergroene jas en met die stomme jongensachtige glimlach.
‘Damian,’ zei ik, meer als een constatering dan een begroeting. ‘Wat doe jij hier?’
‘Ik ga naar mijn ouders in Groningen. Jij?’
‘Oma,’ antwoordde ik kort. Dit was geen tijd voor een diep gesprek. Dit was tijd om onzichtbaar te worden. Helaas faalde mijn onzichtbaarheidsmantel.
‘Je ziet er goed uit,’ zei hij, zijn hoofd een beetje schuin alsof hij een puppy was. Een puppy die mij alweer probeerde in te pakken.
‘Ik weet het,’ zei ik. Geen zin in onnodige beleefdheden.
Damian leek daar niet van onder de indruk. Hij bleef staan, met een blik alsof hij verwachtte dat er een sneeuwvlok op mijn neus zou landen en we daarna verliefd in slow motion zouden lachen.
‘Misschien is dit wel het lot,’ zei hij ineens. ‘Jij en ik, met kerst, hier samen. Dit voelt speciaal, toch?’
Ik hoorde letterlijk een Hallmark-alarm rinkelen in mijn hoofd. Dit ging niet gebeuren. Niet met mij.
‘Damian,’ begon ik, mijn chocolademelk stevig vasthoudend als een wapen, ‘nee.’ Ik draaide me om en staarde naar de spoorstaven. Zou hij de hint begrijpen?
Nee, die begreep hij niet.
‘Hoezo nee? Jij en ik… we gingen toch goed samen.’
Ik proestte een lach en mijn chocolademelk klotste bijna over de rand van mijn bekertje.
‘Damian, dit is geen filmset. Ik zal me niet ineens gaan beseffen dat jij mijn grote liefde bent. Ik ben moe, heb het koud en op dit moment ben ik gewoon een vrouw die haar trein wil halen om spruitjes te eten met haar oma.’
Hij keek me aan, half beledigd, half verbaasd. Alsof ik zojuist had voorgesteld om Kerstmis af te schaffen.
‘Maar… denk je niet dat wij—’ begon hij.
‘Nee.’ Ik pakte mijn tas op, terwijl de trein voor me tot stilstand kwam. ‘En nu moet ik gaan, voordat mijn trein vertrekt en ik écht een reden heb om kerst te haten.’
Met een sierlijke draai (althans, dat beeld ik me in) stapte ik de trein in. De deuren sloten achter me met een bevredigend pfffff. Door het raam zag ik Damian nog steeds verbaasd op het perron staan, alsof hij zich afvroeg waar de sneeuwstorm en mistletoe bleven.
Ik nam nog een slok chocolademelk. Dit was geen Hallmark-film. Dit was míjn leven.
En weet je wat? Ik vond het heerlijk.
Hele fijne feestdagen, iedereen!!
© Bernadette Lugies 2024

Plaatje is gemaakt met AI.
