Korte verhalen, Schrijven

Buren met Geheimen

Dit korte verhaal is eigenlijk ontstaan door een gedachte die ik zelf had, toen ik over straat liep. In die tijd waren er veel inbraken in onze omgeving en ik dacht bij mezelf… hoe zou ik het doen? Nou voordat de politie op de stoep staat… ik heb dus niet ingebroken, maar een kort verhaal erover gemaakt.

Madelief wandelde rustig over de stoep richting haar huis, haar papieren tas vol met boodschappen tikte tegen haar heup. In haar handen hield ze een beker met koffie vast.
De zon had zich verscholen achter de wolken, maar de vogels floten en haar humeur was op een ongekend hoogtepunt. Tot haar blik viel op haar buurman die in de deuropening stond.
Hij stond daar, half in de schaduw. Zijn rood-met-zwarte hoodie hing losjes om zijn schouders en hij nipte van een kop alsof hij de hele wereld bezat. Madelief kneep haar ogen tot spleetjes.
Ze kende hem nog niet goed genoeg; hij was enkele weken geleden hier komen wonen. Haar woning en de zijne waren gescheiden door een brandgang, schuttingen en enkele planten.
Vanaf het begin had Madelief al het gevoel dat hij iets verborg. De grote verbouwing die hij had gedaan in zijn woning. Dat hij er overdag uit kon zien als een zwerver en ’s avonds zijn woning verliet in een Armani-pak en aangezien hij één van de nieuwste wagens voor de deur had staan. Ze had haar oordeel al klaar.
Hij heeft vast iets duurs in huis, dacht ze. Hij lijkt me wel zo’n rijke stinkerd die zo “gewoon” mogelijk wil zijn.
Ze begon langzamer te wandelen en pakte haar sleutels uit haar jaszak.
Misschien een vintage platenspeler, of een collectie van dure dranken of een zeldzame collectie postzegels. Rijke mensen houden van dat soort verzamelingen.
Ze keek naar zijn voordeur. Geen alarmstickers. Geen camera. De heg bood uitstekende dekking.
Als ik in het donker achter de heg verschuil, kan ik ongezien naar de zijkant van de woning sluipen. Via de voordeur word ik betrapt, dat is te veel in het zicht. Maar wat zou ik dan doen?
Ze keek naar de schutting. Het was oud en verweerd, maar de planken leken nog stevig genoeg. Ze zou erop kunnen klimmen om zo achter de woning te komen. Ze had al eens vanuit haar eigen raam in zijn tuin gekeken. De tuin had dezelfde indeling als de hare, een klein houten tuinhuisje en dan een direct pad naar de achterdeur. Ze bedacht zich dat de binnenkant er misschien wel anders uit zou zien door de verbouwing. Te oordelen aan al het gehamer en gebreek dat ze had gehoord, was er iets veranderd. Maar wat?
De achterdeur openbreken zou wel een uitdaging zijn. Ze had een meerpuntslot op haar eigen achterdeur laten aanbrengen toen ze er kwam wonen, deze zou ze niet gemakkelijk open kunnen krijgen. Wellicht zou ze een glassnijder mee moeten nemen om zo de sleutel, die hij ongetwijfeld aan de binnenkant in het slot had zitten, om te kunnen draaien. Als ze binnen was, zou ze voorzichtig te werk moeten gaan.
Ze begon zacht te lachen bij de gedachte aan zichzelf als een soort vrouwelijke Danny Ocean. Ze zou niet inbreken, maar de gedachten eraan zorgden al voor een endorfineboost. Tot haar ogen weer naar de man afdwaalden. Hij keek haar recht aan.
Madelief verstijfde. Oh nee. Had hij haar gehoord? Had ze hardop tegen zichzelf gepraat? Nee toch? Of wel?

De man nam nog een slok koffie, zijn ogen onverstoorbaar op haar gericht. Zijn gedachten draaiden langzaam warm.
Hm, wat een vreemd mens. Ze staart wel heel lang naar mij. Zou ze iets willen? Of… denkt ze eraan in te breken?
Hij kantelde zijn hoofd lichtjes.
Ach, ze kon het proberen. De valkuil in de gang was net nieuw en het meerpuntslot bij de achterdeur bood voldoende bescherming. Zijn “verzameling” bevond zich in de kelder en daar waren meer dan genoeg zaken die haar tegen zouden houden.
Hij nipte rustig verder.
Hij had het bewust al anders aangepakt toen hij hier kwam wonen. In zijn vorige woning had hij het verpest toen hij met plastic zeil aan de gang moest en het een smeerboel werd. Hij had gezworen dat het niet weer zou gebeuren.
Zou hij toch nog meer zaken moeten aanbrengen om zijn “verzameling” te beschermen? Misschien gewoon klassiek of toch ouderwets? Nee, nee, we moeten vernieuwen. Innovatief zijn. Misschien iets met ratelslangen? Of laserstralen. Kun je laserstralen kopen?
‘Dag buurvrouw,’ zei hij met een kleine glimlach.
Madelief slikte. Ze trok haar tas wat steviger tegen zich aan en stak de sleutels in het slot van haar voordeur.
‘Dag buurman,’ zei ze zacht.
De man keek haar na, terwijl ze haar woning binnenstapte en de deur sloot.
Pas maar op, voor je het weet, word je de muze van een psychopaat.

© Bernadette Lugies 2025

Korte verhalen, Schrijven

Schaduwspel

Een kort verhaal, geïnspireerd door het nieuwe boek dat ik aan het schrijven ben en hopelijk dit jaar uitkomt.

Ze weet niet dat ik hier ben, maar ik voel haar. Haar aanwezigheid snijdt door de lucht, als een elektrische stroom die alles in beweging zet.
Elke ochtend om precies zeven uur opent ze de gordijnen. Het is een ritueel, een uitnodiging die ze onbewust naar me uitstuurt. Ik neem die aan. Elke dag.
Ze loopt de straat op, het zachte klik-klak van haar hakken echoot tussen de gebouwen. Ik volg haar. Altijd op veilige afstand, net ver genoeg om te verdwijnen in de massa. Ze voelt me soms, dat weet ik zeker. De manier waarop ze om zich heen kijkt, haar pas even versnelt. Ze weet dat er iemand is. Dat ik er ben.
Vandaag stopt ze bij dat koffietentje op de hoek. Mijn kaakspieren spannen zich. Dit is niet haar normale route. Haar voorspelbaarheid is wat me aantrekt, wat me bindt.
Maar dit—dit is een breuk in het patroon. Is het een test? Probeert ze me af te schudden?
Ik zet de auto in de schaduw van een vrachtwagen en blijf zitten, mijn ogen strak op haar gericht.
Ze gaat naar binnen, haar sjaal losjes om haar nek. Dat zachte, rode wol… Ik wil het aanraken. Het vastpakken. Het van haar afrukken om te zien hoe ze reageert.
Ik stap uit. De koude lucht slaat tegen mijn gezicht, maar ik voel niets anders dan de drang om dichterbij te komen.
Ik blijf achter de glazen gevel staan, net buiten haar gezichtsveld. Ze zit met haar rug naar me toe, haar hoofd gebogen over een boek. Het kost me moeite om mijn ademhaling in toom te houden. Alles aan haar lijkt bedoeld om mijn controle te testen.
Mijn hand glijdt in mijn jaszak. Mijn vingers sluiten zich om het mes dat daar verborgen ligt. Niet omdat ik het wil gebruiken—nog niet. Maar het geeft me macht. Een zekerheid dat ik alles in handen heb, letterlijk en figuurlijk.
Ze staat op en loopt richting de deur. Ik stap snel opzij, mijn blik vastgeklonken aan haar gezicht.
Voor een moment denk ik dat onze ogen elkaar kruisen, maar dan draait ze zich om. Ze weet het. Ik weet dat ze het weet. En toch doet ze niets. Ze probeert me uit te dagen, haar angst achter een masker van zelfverzekerdheid te verbergen.
Ik volg haar weer, op dezelfde afstand als altijd. Maar vandaag is het anders. Vandaag denk ik niet aan afstand. Vandaag denk ik aan hoe dichtbij ik zou kunnen komen.
De wereld lijkt kleiner te worden. Het is alleen nog zij en ik, gevangen in deze eeuwige dans. Maar elke dans eindigt uiteindelijk. En ik ben degene die beslist hoe.

© Bernadette Lugies 2025

Korte verhalen, Schrijven

Een Schaduw Van Veiligheid

Tobias Janssen stapte de straat op, met een koffiebeker in zijn ene hand en zijn telefoon in de andere. Zijn jas hing losjes om zijn schouders, alsof hij te gehaast was geweest om de knopen dicht te doen. De vroege ochtend was koud en helder, maar Tobias leek het niet te merken. Zijn blik was volledig gericht op het flikkerende scherm in zijn hand, onbewust van de wereld om hem heen.
Hoog boven hem, onzichtbaar voor het menselijk oog, volgde Elias elke stap. De beschermengel zweefde kalm maar waakzaam, zijn vleugels subtiel bewegend in de koude lucht. Hij kende Tobias pas een paar weken, maar in die korte tijd had hij al meer gevaarlijke situaties gezien dan tijdens al zijn voorgaande opdrachten. Tobias was geen slechte man—integendeel, hij had een goed hart. Maar hij was een ramp. Een wandelende magneet voor ongeluk, altijd één verkeerde beweging verwijderd van een catastrofe.
Tobias stapte zonder op te kijken van de stoep af. Een fietskoerier kwam met hoge snelheid de hoek om, zijn bel rinkelde luid, maar Tobias hoorde het niet. Elias voelde een steek van urgentie. Hij flitste omlaag en trok met een subtiele beweging aan de rand van Tobias’ jas.
De man struikelde een stap naar achteren, precies op tijd. De fiets raasde langs, de wielen nog geen centimeter van zijn schoenen verwijderd. Tobias bleef even staan, fronste naar de fietser die al verdwenen was en haalde toen zijn schouders op. Hij keek weer op zijn telefoon en liep verder.
Elias zuchtte.
‘Dit wordt weer zo’n dag,’ mompelde hij zacht.

Het kantoor waar Tobias werkte was net zo inspiratieloos als zijn dagelijkse routine. Bleke muren, saaie bureaus, een lift die elke keer dat iemand hem gebruikte, klonk alsof hij op instorten stond. Vandaag was geen uitzondering. Tobias stapte de lift in, zijn telefoon nog steeds in zijn hand, terwijl de deuren piepend dichtgingen.
Elias zweefde naast hem, zijn blik gericht op de kabels boven in de schacht. Hij voelde de spanning die zich opbouwde in het metaal, alsof de lift al te lang op pure wilskracht werkte. Tobias merkte het niet. Hij drukte op de knop voor zijn verdieping en wachtte geduldig.
Een luide knal klonk ergens boven hen. De lift schokte, zakte een paar centimeter en bleef toen hangen. Tobias keek verbaasd op.
‘Dat is nieuw,’ mompelde hij.
Elias strekte zijn hand uit, een onzichtbare kracht die de lift stabiliseerde. Hij voelde de druk in de mechanismen, een fragiel evenwicht dat hij slechts met moeite kon bewaren. De deuren openden uiteindelijk met een metalen kreun en Tobias stapte eruit alsof er niets bijzonders was gebeurd.
‘Wat een rotlift,’ zei hij tegen niemand in het bijzonder, terwijl hij zijn weg vervolgde naar zijn bureau.
Elias bleef nog even hangen, kijkend naar de schacht die nu volledig onbruikbaar was.
‘Hoe kun je zo veel geluk hebben en het zelf niet eens doorhebben?’ fluisterde hij.

Later die ochtend stond Tobias in de rij bij het café om de hoek. Het was een warme, drukke ruimte, gevuld met het geluid van sissende espressoapparaten en zacht geroezemoes. In een hoek stond een schilder op een ladder, bezig een groot canvas aan de muur te hangen. De ladder wiebelde op de gladde vloer, een ongeluk wachtend om te gebeuren.
Tobias stond vooraan in de rij, wachtend op zijn bestelling. Hij draaide zich om met zijn koffie in zijn hand, precies op het moment dat de ladder begon te verschuiven. De schilder greep naar het canvas, maar het was al te laat. Het enorme schilderij kantelde en viel naar beneden, recht op Tobias af.
Elias was sneller. Hij duwde subtiel tegen de ladder, net genoeg om het schilderij van richting te veranderen. Het landde met een doffe klap op de vloer, centimeters van Tobias’ voeten verwijderd.
Tobias keek verbaasd naar het kunstwerk.
‘Nou ja,’ zei hij langzaam. ‘Dat scheelde niet veel.’ Hij haalde zijn schouders op en liep naar buiten, nippend aan zijn koffie.
Elias zweefde achter hem, zijn vleugels trillend van de inspanning.
‘Niet veel?’ herhaalde hij bitter. ‘Het was millimeters, Tobias.’

Tijdens zijn lunchpauze besloot Tobias naar het park te gaan. Het was een rustige plek, met brede lanen en een glinsterende vijver. Tobias liep langs het water, zijn telefoon in zijn hand, volledig opgeslokt door een artikel dat hij niet echt las. Boven hem wiegde een oude tak in de wind, verzwakt door maanden van verwaarlozing.
Elias voelde de dreiging in de lucht. Hij keek naar de tak, zag hoe de wind hem steeds dichter naar het breekpunt bracht. Tobias, onbewust van alles, bleef precies in de schaduw van het gevaar staan.
De tak kraakte. Elias flitste omlaag, zijn hand uitgestrekt naar de natuur om hem heen. Met een laatste, zachte duw stuurde hij de tak de andere kant op. Met een luide knal kwam hij in het water terecht, een regen van spetters achterlatend.
Tobias keek op, verbaasd door het geluid. Hij veegde een paar druppels van zijn mouw en mompelde iets onverstaanbaars.
‘Wat gebeurt er vandaag toch allemaal?’ vroeg hij zacht.
Elias zweefde boven hem, zijn blik streng maar ergens ook vol mededogen.
‘Jij,’ zei hij tegen de stilte. ‘Jij gebeurt.’

Die avond lag Tobias uitgestrekt op zijn bank, een halflege zak chips naast zich en een flikkerend tv-scherm dat hij nauwelijks bekeek. Elias hing boven hem, uitgeput maar alert. Hij kende de gevaren van routine, van die momenten waarop mensen hun waakzaamheid verliezen.
In de keuken stond de waterkoker nog aan. Het snoer begon te smelten, kleine vonken dansten langs de tafelrand. Elias voelde de dreiging dichterbij komen. Hij dook naar beneden en blies de eerste vlammen uit voordat ze groter werden. De rookmelder begon te piepen, luid en scherp.
Tobias schrok wakker. Hij strompelde naar de keuken en keek met grote ogen naar de gesmolten resten van het snoer.
‘Hoe krijg ik dit toch altijd voor elkaar?’ mompelde hij.
Elias zweefde naast hem, zijn blik zacht.
‘Je hebt geen idee, Tobias,’ fluisterde hij.

Die nacht, terwijl Tobias diep in slaap was, bleef Elias waken. Hij keek naar het gezicht van de man die hem keer op keer aan de rand van rampspoed bracht.
‘Je hebt geen idee hoe vaak ik je red,’ fluisterde hij.
‘Maar wat er ook gebeurt, Tobias, ik laat je nooit vallen.’
En met die gedachte sloeg Elias zijn vleugels om hem heen.

© Bernadette Lugies 2025

Korte verhalen, Schrijven

🎄Een Ongemakkelijk Kerstdiner

De geur van kaneel en kruidnagel vulde de woonkamer, maar Emma voelde haar maag samenknijpen. Ze keek naar de lange tafel, zorgvuldig gedekt met antiek porselein en flakkerende kaarsen. Ze was eindelijk achttien en mocht aanschuiven bij het kerstdiner van haar familie. Ze had er jaren naar uitgekeken, maar nu voelde het alsof ze in een val liep.
Tante Elvira stond aan het hoofd van de tafel, haar ogen glanzend in het zachte kaarslicht. ‘Emma, lieverd, zo fijn dat je er dit jaar bij bent. Onze tradities zijn belangrijk, weet je,’ zei ze met een glimlach die iets te breed was.
Emma knikte en ging zitten. Haar ouders zaten stil naast haar, hun blikken strak gericht op hun borden. Haar broer Sam, normaal zo luidruchtig, friemelde ongemakkelijk met zijn servet. De rest van de familie keek haar aan, hun gezichten schimmig in het schemerlicht.

Het diner begon met een voorgerecht dat perfect was bereid, maar Emma kreeg geen hap door haar keel. Het geroezemoes aan tafel was geforceerd, de gesprekken oppervlakkig. Tante Elvira voerde het woord, haar stem zoet en kalm, maar Emma kon niet anders dan zich ongemakkelijk voelen. Het voelde alsof iedereen een geheim deelde, behalve zij.
Halverwege het hoofdgerecht begon de spanning op te bouwen. Een mes viel op de grond met een oorverdovend geluid, gevolgd door een ongemakkelijke stilte. Oom Richard veegde zijn mond af en stond abrupt op.
‘Elvira, we moeten het haar vertellen,’ mompelde hij.
‘Nu nog niet,’ zei tante Elvira scherp. Haar blik was ijzig, en voor het eerst zag Emma iets van woede in haar perfect beheerste houding. Ze leunde iets naar voren, haar vingers wit knijpend om haar glas.
Emma keek rond, haar hartslag versnellend.
‘Wat is er aan de hand?’ vroeg ze, haar stem trillend.
‘Dit is geen gewoon diner,’ zei Sam uiteindelijk, zijn stem zacht. Hij keek haar aan met een mengeling van medelijden en angst. ‘Dit… is een ritueel.’
Emma’s adem stokte.
‘Wat bedoel je?’
Voordat iemand antwoord kon geven, barstte een van de kaarsen plotseling in vlammen uit. Een klap galmde door de kamer toen de deur naar de kelder openvloog. De temperatuur leek te dalen, en een zware, ijzige lucht vulde de ruimte.
Tante Elvira stond op, haar gezicht plotseling streng.
‘Emma, dit is jouw moment. Je bent achttien, en dat betekent dat het jouw beurt is om de traditie voort te zetten.’
‘Wat voor traditie?’ schreeuwde Emma, terwijl ze opstond en achteruit deinsde.
Haar moeder greep haar pols, haar ogen glazig.
‘Je kunt niet weglopen. Dit is wie wij zijn.’
De tafel begon te beven, de kaarsen flikkerden hevig. Stemmen, zacht en onheilspellend, vulden de kamer. De familieleden stonden op, hun gezichten schaduwachtig en vervormd. Emma schreeuwde, maar haar stem werd opgeslokt door de dreunende stilte die volgde.
De laatste gedachte die door Emma’s hoofd schoot, voordat de kaarsen doofden, was dat ze misschien toch beter had kunnen wachten met volwassen worden.

©Bernadette Lugies 2024

Harry de engelse bulldog, Korte verhalen, Schrijven

🐾Harry Helpt de Kerstman – Nieuw kerstverhaal nu online! 🎁

De dagen worden korter, de nachten kouder, en overal glinsteren kerstlichtjes…
Maar wist je dat de echte magie soms gewoon in je eigen achtertuin kan beginnen?

Mijn favoriete Engelse Bulldog, Harry 🐶, beleeft dit jaar een wel héél bijzonder kerstavontuur.
Op kerstavond wordt zijn rustige nacht opeens spannend. In het donkere bos ontmoet hij een nieuwe vriendin, de slimme buurtkat Laura 🐱, en een onverwachte bondgenoot 🦔. Samen belanden ze in een avontuur dat hen dichter bij de magie van Kerstmis brengt. 🎅

Benieuwd hoe een Bulldog het verschil maakt tijdens Kerstmis?
Houd je vast voor een kort verhaal vol verrassingen, nieuwe vriendschappen en een vleugje magie. Perfect om je helemaal in de kerstsfeer te brengen!
Want wie zegt dat een Engelse Bulldog geen echte kerstheld kan zijn? 🐾