Harry de engelse bulldog, Korte verhalen, Schrijven

Harry en een Magische Pasen

Vervolg van: Harry en een Lente Avontuur

Harry en Fladder volgden de route op de kaart heel voorzichtig. De zon stond inmiddels hoog aan de hemel en de bloemen leken nog kleurrijker dan eerder die ochtend. Overal fladderden vlinders, en vogels zongen vrolijk in de bomen.
‘Volgens de kaart moeten we hier links, naar het bosje achter het plein,’ zei Fladder terwijl ze boven de kaart zweefde. Haar vleugels glinsterden in het zonlicht.
Harry keek om zich heen.
‘Ik hoop dat Wiebel daar is. Hij klonk echt heel verdrietig.’
Bij het kleine bosje aangekomen zagen ze tussen de struiken een witte pluizenbol verstopt zitten. Heel stilletjes schuifelde Harry dichterbij.
‘Wiebel? Ben jij dat?’ vroeg hij zacht.
Langzaam kwamen twee lange oren tevoorschijn, en daar was Wiebel. Zijn neusje trilde en zijn oogjes waren nat.
‘Ik… ik weet niet of ik het nog kan,’ piepte hij. ‘Mijn neef de Grote Paashaas rekent op me. Maar ik ben niet goed genoeg…’
Harry voelde zich even verdrietig toen hij het trillende konijntje zag.
‘Dat is niet waar, Wiebel. Kijk eens,’ zei hij terwijl hij het mandje met de kaart liet zien. ‘We hebben jouw mandje gevonden. En Fladder en ik… we willen je helpen. Want vrienden laten elkaar niet in de steek.’
Fladder landde zachtjes op Wiebel’s kop.
‘Samen krijgen we dit voor elkaar, echt waar!’
Wiebel snufte, maar voor het eerst verscheen er een klein glimlachje.
‘Willen jullie echt meehelpen?’
‘Ja!’ riepen Harry en Fladder tegelijk.
Wiebel pakte het mandje en keek naar de kaart.
‘Oké… dan beginnen we hier. We moeten de eieren verstoppen bij deze huizen. En… het allerbelangrijkste… het gouden ei moet verstopt worden in de grote speeltuin.’

Samen gingen ze op pad. Voorzichtig liepen ze langs het paadje, af en toe kijkend of niemand hen zag. Bij het eerste huisje aangekomen wees Wiebel waar hij het ei had willen verstoppen.
‘Kijk,’ zei hij, ‘precies daar, bij die bloempot. Daar vindt niemand hem zomaar.’
Harry snuffelde goed en duwde het ei met zijn neus precies op het plekje dat Wiebel bedoelde. Fladder zweefde erboven en riep: ‘Perfect verstopt!’
Bij het volgende huis lag een kleine vijver.
‘Hier wordt het lastig,’ zuchtte Wiebel. ‘Mijn neef kan dat zó goed. Maar ik… ik weet niet waar.’
Harry dacht even na en wees toen met zijn neus naar een wilg.
‘Wat als we het ei onder die hangende takken leggen? Het lijkt net een gordijn van bladeren.’
Wiebel glunderde.
‘Dat is slim, Harry!’ Met een sprongetje legde hij het ei neer en Fladder klapte zachtjes met haar vleugels.
Zo gingen ze door, van huis naar huis. Bij elk huis werd Wiebel een beetje zekerder. Hij durfde zelfs al zelf eieren te verstoppen zonder te bibberen.
‘Je doet het geweldig,’ zei Harry. ‘Je bent echt al bijna een echte paashaas!’
Wiebel glom van trots.
‘Denk je dat echt?’
Harry knikte.
‘Zeker weten.’

Uiteindelijk kwamen ze bij de grote speeltuin. Wiebel keek naar de kaart en haalde diep adem.
‘Hier… hier moet ik het gouden ei verstoppen. Als ik dat goed doe, dan weet mijn neef dat ik het kan.’
Fladder landde op zijn schouder.
‘We helpen je, hoor. Kijk goed rond. Waar zou jij het gouden ei verstoppen als je een echte paashaas was?’
Wiebel keek goed om zich heen en zag toen een grote, dikke struik met felgroene bladeren.
‘Daar… daarachter is een holletje.’
Samen liepen ze erheen en Wiebel legde heel voorzichtig het gouden ei neer. Hij keek nog één keer naar zijn mandje en zuchtte diep.
Op dat moment hoorden ze een vrolijke lach. Uit het bos kwam een grote, sterke paashaas tevoorschijn met een grote mand vol eieren. Zijn vacht glansde in de zon en zijn ogen straalden van trots.
‘Wiebel!’ riep hij. ‘Ik heb alles gezien. Je hebt het geweldig gedaan.’
Wiebel sprong op.
‘Echt? Maar ik had hulp… van Harry en Fladder.’
De grote paashaas knikte.
‘En daarom ben ik nog trotser. Want een echte paashaas weet dat samenwerken belangrijk is. Jullie zijn een geweldig team.’
Harry kwispelde en Fladder fladderde blij in het rond.
‘We hebben het samen gedaan,’ zei Harry.
De paashaas haalde drie kleine pakjes uit zijn mand.
‘Voor jullie alle drie,’ zei hij. ‘Een bedankje voor echte paashelden.’
In elk pakje zat een speciaal chocolade-ei, glanzend en prachtig versierd.
Wiebel keek nog één keer om zich heen en zuchtte diep.
‘Ik was echt bang… maar met jullie erbij durfde ik het.’
De grote paashaas legde een poot op zijn schouder.
‘En dat is wat een paashaas leert. Moed, vriendschap en een beetje magie.’
Samen speelden ze nog even in de speeltuin en toen de kinderen kwamen om de paaseieren te zoeken, renden ze snel de speeltuin uit.
Met een brede glimlach liep Harry terug naar huis. Fladder zweefde naast hem.
‘Dit was de mooiste paasdag ooit,’ zei Harry terwijl hij de tuin weer in glipte.
‘En weet je wat?’ zei Fladder. ‘Ik denk dat dit nog maar het begin is van onze avonturen.’
En daar was Harry het helemaal mee eens.

Fijn pasen iedereen!

©Bernadette Lugies 2025

Schrijven

Waarom ik feministisch ben – en dat altijd zal blijven

Ik heb lang getwijfeld of ik er een blog aan zou wagen. Zodra mensen het woord feminisme horen, gaan de stekels omhoog.
Feminisme… het kan mij lezers kosten, volgers en misschien zelfs wel mensen in de directe omgeving. Feminisme… Ik hoor vaak mensen het woord feminisme uitspugen alsof het een slang is dat ze kan bijten. Feminisme… de blauw harige vrouwen met okselhaar die schreeuwen dat ze mannen haten.
Maar dat is geen feminisme.

Er zijn verhalen die je nooit in een boek hebt gelezen, maar die tóch in je bloed zitten. Verhalen van vrouwen die zich een weg moesten banen door een wereld die hen liever klein hield. Vrouwen die opstonden, niet omdat ze wilden, maar omdat ze moesten.
De Dolle Mina’s is het eerste wat er in me opkomt als ik denk aan vrouwen die moesten vechten voor basis behoeftes.
Ik ben 39 jaar en heb blauw haar (en bruin…) en ik noem mezelf zonder schroom feminist. Niet omdat het modieus is. Niet omdat het een trend is. Maar omdat mijn vrijheid, mijn stem, mijn opleiding, mijn werk – alles wat ik vandaag mag doen en zijn – gebouwd is op de offers van vrouwen vóór mij. En omdat de strijd nog lang niet gestreden is.

Feminisme is de overtuiging dat vrouwen gelijke rechten, kansen en waardigheid verdienen als mannen – op elk vlak van het leven. Het is geen strijd tegen mannen, maar een strijd tegen ongelijkheid.


Aletta vroeg toestemming. Ik niet meer.

In 1871 schreef Aletta Jacobs een brief met de simpele vraag of zij mocht studeren. Die vraag veranderde alles. Ze werd de eerste vrouwelijke student van Nederland.
Als ik mijn boeken schrijf – met krachtige mensen in de hoofdrol – als ik in een vergadering mijn visie deel of wanneer ik probeer uit te leggen hoe mijn denkwijze in elkaar steekt, dan voel ik haar ergens met me meelopen.
Zij die durfde te vragen.
Zij die het systeem uitdaagde met één zin.
En dankzij haar hoef ik die vraag niet meer te stellen. Ik neem mijn plek in.


Mijn voorouders moesten alles alleen doen. Zonder rechten.

Onlangs ben ik begonnen met het uitpluizen van mijn stamboom aan mijn moeders kant – en dan specifiek de vrouwentak. Mijn oma heb ik nooit gekend. Ze overleed vóór mijn geboorte, haar persoonlijke verhalen ken ik niet, maar wel de verhalen die mijn moeder me vertelt.
Mijn oma werd op jonge leeftijd weduwe. Plots alleen. Moeder van een groot gezin. En ze moest het alleen doen. Ondanks dat de oudere kinderen meehielpen, was ze alleen met haar verdriet en haar zorgen.
Maar helaas was ze niet de enige. Mijn stamboom zit vol met verdriet. Kindersterfte en weduwes die er alleen voor kwamen te staan.
Mijn oma leefde op een moment in de tijd waarop vrouwen nét handelingsbekwaam werden gezien, maar haar moeder – mijn overgrootoma – was dat niet.
Tot 1956 golden gehuwde vrouwen als handelingsonbekwaam – ze mochten geen contract tekenen, geen financiële beslissingen nemen zonder toestemming van een man.
Hoe moet dat geweest zijn? Wanneer je wél verantwoordelijk bent voor een gezin, maar wettelijk niet als volwaardig burger wordt gezien? Wanneer je het leven alleen moet dragen, terwijl de samenleving zegt: ‘Je kunt dit niet.’
Zij hadden geen keuze. De wereld eiste zelfstandigheid van hen, maar gaf hen de middelen niet.


Ik schrijf onder mijn eigen naam. Dat is nog niet zo vanzelfsprekend.

Er was een tijd – en die is nog niet eens zo lang geleden – dat vrouwen na hun huwelijk simpelweg ontslagen werden.
Nu werk ik al een aantal jaren. Ik schrijf boeken, onder mijn eigen naam.
(Ooit afgevraagd waarom vrouwelijke auteurs vroeger mannelijke pseudoniemen gebruikten? Omdat ze anders niet gepubliceerd werden. Hun woorden werden pas serieus genomen als men dacht dat ze van een man kwamen.)
Ik leef van woorden. En toch… nog steeds zie ik hoe vrouwen met gelijke competenties minder verdienen. Hoe ze harder moeten werken voor dezelfde erkenning. Hoe hun werk vaker wordt ondermijnd, geminimaliseerd of genegeerd.
De loonkloof is geen mythe. Het glazen plafond is geen verzinsel. Het is er. En ik ben het zat om te doen alsof het wel meevalt.


Het onmogelijke woord

Pas sinds 1983 is het recht op lichamelijke integriteit grondwettelijk vastgelegd in Nederland. Twee jaar voor ik werd geboren. Abortus werd pas in 1984 legaal in Nederland.
En met de invoering van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) in 1995 werd het wettelijk verankerd dat vrouwen – gehuwd of niet – zelfstandig medische beslissingen mogen nemen. Denk aan een ingreep zoals een sterilisatie: een vrouw heeft daar geen toestemming van haar partner voor nodig. Wat nu als vanzelfsprekend voelt, is pas sinds 1995 ingegaan. Lees eens terug… 1995.
Het idee dat jouw lichaam niet van jou is, dat beslissingen over leven en dood buiten jezelf genomen worden – dat blijft mij raken.
Je kunt ervan vinden wat je wilt, maar het is niet jouw recht om voor een ander te bepalen wat die persoon wel of niet mag doen met zijn/haar eigen lichaam. Wil je geen abortus? Om wat voor reden dan ook, dan doe je het niet.
De mensen die roepen dat abortus niet mag van de bijbel – veroordelen mag ook niet van de bijbel (Mattheüs 7:1: “Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt”). Mensen haten mag ook niet (1 Johannes 4:20: “Wie zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar zijn broeder haat, is een leugenaar”). De Heer verheerlijken met lege woorden mag ook niet (Jesaja 29:13: “Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij vandaan”). En zijn naam te pas en onpas gebruiken al helemaal niet (Exodus 20:7: “Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet”). En dan laat ik homohaat nog buiten beschouwing, aangezien deze tekst pas sinds 1945 in de bijbel is verschenen…
Maar was het niet Jezus die zei dat we mensen moesten accepteren zoals ze zijn? Om van ze te houden ondanks de tekortkomingen? Hij koos keer op keer voor de mens achter de fout, niet voor de veroordeling.
We hadden niet voor niets de slogan: Een betere wereld begint bij jezelf.
Je bent niet Pro-life, je bent Pro-controle. Want waar ben jij als het kindje is geboren bij een gezin dat niet van het kind houdt? Waar ben jij als het kindje ontspoort omdat het geen liefde en begeleiding krijgt? Waar ben jij als er medische kosten zijn n.a.v. de zwangerschap of geboorte? Waar ben jij als het gezin het financieel niet kan opbrengen om het kindje een goed en mooi leven te geven – waar ben jij dan?


Ik ben klaar met slachtoffertje pesten

Nog steeds worden vrouwenrechten wereldwijd én hier in Nederland opnieuw ter discussie gesteld.
Nog steeds wordt er geoordeeld, gewezen, gesuggereerd dat we ‘voorzichtiger’ hadden moeten zijn.
En eerlijk? Ik ben klaar met het slachtoffertje pesten.

Was het echt mijn schuld?
door Darshan Mondkar – vertaling

“Wat had je aan?” vroegen ze.
“Een hoodie en een spijkerbroek,” zei ik.
“Maar hoe laat was het?” vroegen ze.
“Zes uur ’s avonds,” zei ik.
“Was je dronken?” vroegen ze.
“Ik drink niet,” zei ik.
“Heb je geschreeuwd?” vroegen ze.
“Ja. En gehuild. En gesmeekt,” zei ik.
“Heb je je verzet?” vroegen ze.
“Ja. Totdat hij mijn ribben brak,” zei ik.
“Maar heb je nee gezegd?” vroegen ze.
“Ja. Keer op keer op keer,” zei ik.
“Maar bedoelde je het echt?” vroegen ze.
“Ja,” fluisterde ik.
“Maar je zei het niet luid genoeg,” zeiden ze.
“Was het echt mijn schuld?” vroeg het korte rokje.
“Nee, het gebeurde ook met mij,” zei de boerka.
De luier in de hoek kon niet eens spreken.
En toen besefte ik: het was niet ik die moest leren nee zeggen…
Jullie moesten leren luisteren.

Onlangs werd een Belgische mannelijke student gynaecologie schuldig bevonden aan verkrachting.
Schuldig. Maar hij werd niet gestraft.
Waarom niet? Omdat de rechter hem jong vond, bekwaam, en met een veelbelovende toekomst als arts van vrouwen.
Lees dat nog eens. Een verkrachter… Die vrouwen zal onderzoeken. En die wél een toekomst verdient.
Wat betekent dat voor zijn slachtoffer? Voor het meisje dat hij verkrachtte? Die voor haar leven getekend is?
En dan vragen mensen zich af waarom vrouwen in 90% van de gevallen geen aangifte doen?
Dít is waarom.
Omdat er niet naar ons geluisterd wordt. Omdat wij niet serieus worden genomen.
Omdat we vragen krijgen als:
– ‘Wat had je aan?’
– ‘Hoe heb je hem aangekeken?’
– ‘Heb je wel duidelijk nee gezegd?’
– ‘Heb je wel tegengestribbeld?’
– ‘Had je drank op?’
– ‘Lokte je het niet uit?’
Alsof je ooit verkrachting kunt uitlokken.
Waarom wordt er niet tegen de dader geschreeuwd?
Waarom vragen we aan vrouwen om zich te verdedigen, in plaats van mannen om te stoppen?
En alsof dat nog niet genoeg is, wordt vrouwenhaat inmiddels openlijk gevierd en gevoed. Online zie je mannen als Andrew Tate miljoenen volgers verzamelen met boodschappen die vrouwen reduceren tot bezit, die verkrachting bagatelliseren en vrouwenzelfstandigheid als bedreiging afschilderen. En duizenden jongens slikken die ideeën als waarheid.
We leven in een tijd waarin vrouwenhaat opnieuw maatschappelijk geaccepteerd lijkt te worden. En dat mag nooit normaal worden.


Ik blijf spreken. Ook als men het liever niet hoort.

Of het nu in mijn boeken is of in de gesprekken aan de keukentafel – ik zal altijd blijven benoemen waar ongelijkheid leeft.
Feminisme is geen gezeur.
Het is geen klaagzang.
Het is een erfenis.
En een belofte.

Voor mijn overgrootouders, die het zonder rechten moest doen.
Voor mijzelf, omdat ik die rechten niet voor lief neem.
Voor de slachtoffers die nooit geloofd werden.
Voor de puber die in de mooie woorden van een ouder iemand trapte.
Voor degene die zich een vrouw voelt.
Voor degene die zich een man voelt.
Voor degene die zich niets voelt.
En voor iedereen die nog op zoek is naar zijn of haar stem.

Ik ben feministisch. En dat zal ik altijd zijn.

Korte verhalen, Schrijven

Het Kleine Boompje Dat Niet Wilde Groeien

In een groot bos stond een klein boompje. Zijn naam was Spriet. Hij hield van zijn blaadjes. Ze ritselden zachtjes als de wind blies, ze gaven hem schaduw als de zon scheen, en als de regen viel, rolden er kleine druppels langs hun randjes.
Maar Spriet had een probleem… hij wilde niet groeien.
Elke lente werden de andere bomen groter. Hun takken gingen omhoog naar de lucht. Hun bladeren werden groot en groen. Maar Spriet hield zijn takjes klein en zijn blaadjes dicht bij zich.
‘Waarom groei je niet, Spriet?’ vroeg de oude eik, die al jaren naast hem stond.
Spriet zuchtte. ‘Als ik groter word, dan verlies ik misschien mijn blaadjes. En als mijn blaadjes weggaan, dan ben ik alleen!’
De oude eik lachte zachtjes. ‘Blaadjes komen en gaan, Spriet. Maar jij blijft altijd wie je bent. En nieuwe blaadjes zullen altijd weer groeien.’
Maar Spriet was bang.

Op een dag veranderde het bos. De zon voelde zachter, de lucht rook fris, en de wind kreeg een speelse ritseling. De bladeren van de grote bomen werden goudgeel, vurig rood en warm oranje. Het hele bos leek op een schilderij.
Spriet keek om zich heen en zag hoe de wind de bladeren van de bomen tilde en ze zachtjes liet dansen in de lucht. Ze draaiden rond als kleine vliegers en dwarrelden langzaam naar de grond. Onder de bomen ontstond een dik, kleurrijk tapijt.
Spriet voelde een koude rilling over zijn stam trekken. Hij keek naar de oude eik naast hem. Zijn bladeren lieten los, één voor één, en werden door de wind meegenomen.
‘Oh nee!’ riep Spriet geschrokken. ‘Je blaadjes gaan weg! Ben je nu niet verdrietig?’
De oude eik schudde rustig zijn takken. ‘Nee, Spriet. Het hoort erbij. Mijn blaadjes hebben een heel seizoen lang hun werk gedaan. Nu mogen ze rusten.’
Spriet keek omhoog naar zijn eigen blaadjes. Ze wiegden zachtjes in de wind, maar hij hield ze stevig vast.
‘Maar… wat als ze nooit meer terugkomen?’ vroeg hij onzeker.
De oude eik lachte vriendelijk. ‘Maak je geen zorgen, kleine vriend. In de lente komen er nieuwe blaadjes. Mooiere, sterkere blaadjes dan ooit tevoren.’
Spriet keek naar de dansende blaadjes om hem heen. Ze leken zo vrolijk, zo vrij. Maar hij kon het niet. Hij kon ze niet loslaten.
En dus kneep hij zijn takjes nog steviger om zijn blaadjes heen. Hij zou ze nooit laten gaan.

De dagen werden korter, en de zon kwam steeds minder vaak kijken. Koude wind blies door het bos en kleine witte vlokjes dwarrelden uit de lucht. De andere bomen hadden hun blaadjes al losgelaten en stonden stil te wachten op de lente. Maar Spriet hield zijn blaadjes stevig vast.
‘Ik zal jullie nooit laten gaan,’ fluisterde hij zacht.
Maar zijn blaadjes waren niet meer fris en groen. Ze waren slap geworden, bruin aan de randen. Ze ritselden niet meer vrolijk in de wind, maar hingen zwaar en stil aan zijn takjes.
‘Mijn blaadjes zien er niet meer mooi uit…’ zuchtte Spriet verdrietig.
De oude eik keek naar hem met een warme glimlach. ‘Ze hebben hun werk gedaan, Spriet. Nu mogen ze rusten. Laat ze los. In de lente krijg je nieuwe, frisse blaadjes.’
Spriet schudde zijn kleine takjes. ‘Maar wat als ze niet terugkomen? Wat als ik altijd kaal blijf?’
‘Vertrouw op de lente,’ zei de oude eik. ‘Verandering lijkt soms eng, maar het brengt ook iets moois.’
Maar Spriet durfde het niet.

Op een avond werd het bos donker. De wind begon zacht te fluisteren, toen harder te huilen. Takken kraakten, bladeren dansten in het rond. Grote druppels regen vielen uit de lucht en tikten op de kale takken van de oude bomen.
Spriet beefde. De wind rukte aan zijn blaadjes, probeerde ze los te trekken.
‘Nee, nee! Blijf bij me!’ riep hij, terwijl hij zijn blaadjes probeerde vast te houden.
Maar de wind was sterk. Eén voor één lieten zijn blaadjes los. Ze vlogen omhoog, dwarrelden rond en verdwenen in de nacht.
Toen de storm eindelijk ging liggen, stond Spriet alleen in de kou.
Hij keek naar zijn takjes. Geen enkel blaadje was er nog. Hij voelde zich kaal. Kaal en leeg.
‘Nu heb ik niks meer…’ fluisterde hij verdrietig.
De dagen waren stil. De sneeuw lag dik op de grond. De zon scheen soms, maar bracht weinig warmte. Spriet voelde zich klein tussen de grote, kale bomen.
Zonder zijn blaadjes voelde hij zich niet meer zichzelf. Hij miste hun zachte geritsel in de wind. Hij miste hun schaduw op warme dagen.
‘Wat als ze nooit meer terugkomen?’ dacht hij somber.
Maar de oude eik bleef rustig staan. Hij leunde een beetje naar Spriet toe en zei zacht: ‘We wachten samen, kleine vriend. De lente komt altijd weer terug.’
En dus wachtte Spriet. Wachtte en hoopte.

Op een ochtend voelde Spriet iets warms op zijn stam. Hij keek omhoog. De zon was terug! Haar stralen kietelden zijn takken.
En toen… gebeurde er iets bijzonders.
Piepkleine groene knopjes verschenen op zijn takken. Eerst een paar. Toen meer. Ze groeiden, duwden zich open, ontvouwden zich tot frisse, jonge blaadjes.
Spriet keek verbaasd naar zichzelf. Hij had nieuwe blaadjes!
Hij keek naar de oude eik. Ook hij had weer mooie, groene bladeren.
‘Zie je, Spriet?’ zei de oude eik. ‘Je was nooit echt alleen. Je blaadjes komen altijd weer terug, mooier dan eerst.’
Spriet glimlachte. Hij voelde zich groter en sterker dan ooit.
Vanaf die dag was hij niet meer bang om te groeien.

© Bernadette Lugies 2025

Schrijven

🌟 Levi en Luna en de Gouden Wenssterren – Nieuw kerstverhaal nu online! ✨

Hallo iedereen,

Ik ben ontzettend trots op mijn nieuwste kerstverhaal, Levi en Luna en de Gouden Wenssterren. Het is de eerste keer dat ik een verhaal schrijf met hoofdpersonen die beginnende pubers zijn – en eerlijk gezegd is het al een tijdje geleden dat ik er zelf een was. 😉
Tijdens het schrijven kwamen de ideeën vanzelf in mijn hoofd en het was geweldig om die uit te werken. De reacties van mijn proeflezers, Yenthe, Denver en Noah, hebben het verhaal echt naar een hoger niveau getild. Hun leuke en kritische feedback maakte het hele proces extra speciaal. Dank jullie wel, jullie hebben echt geholpen om dit verhaal te verbeteren!
Het verhaal is nog niet beschikbaar als gedrukt boek (sorry Yenthe!), maar wie weet wat de toekomst brengt. Voor nu kun je het gelukkig lezen op meerdere manieren:

📖 Waar kun je het lezen?
Kobo: Heb je een Kobo-abonnement? Dan kun je het daar direct lezen.
PDF: Voor iedereen zonder Kobo is het verhaal ook gratis beschikbaar als pdf. Met een gratis leesapp kun je het op je telefoon, tablet of computer lezen. Ik ben nog aan het kijken naar een opslagmogelijkheid waar je het ook als epub kunt lezen.

Waarom dit verhaal zo speciaal is?
Naast dat ik trots ben op hoe het geworden is, heeft het schrijven ervan me uitgedaagd om een nieuwe doelgroep te verkennen. Het is een verhaal over moed, vriendschap en samenwerken – met een vleugje kerstmagie natuurlijk. De positieve feedback die ik tot nu toe heb gekregen, maakt het allemaal nog specialer.

Wat nu?
Ik hoop dat jullie net zoveel plezier hebben bij het lezen als ik had tijdens het schrijven! Laat vooral weten wat je ervan vindt. Dat kan via een reactie hier, op Kobo of op Facebook. Ik hoor graag wat je denkt!

🎄 Agenda: Aankomende Kerstverhalen! ✨
Benieuwd naar de verhalen die de komende dagen online komen? Hier is de volledige planning:
📅 24 december: Harry Helpt de Kerstman
Harry, de Engelse Bulldog, komt in actie voor de Kerstman in dit vrolijke kortverhaal. 🐾🎅
📅 25 december: Geen Sneeuwvlokken Op Mijn Neus!
Een kort anti-Hallmark kerstverhaal met een onverwachte twist. ❄️✨
📅 26 december: Ongemakkelijk Kerstdiner
Een kortverhaal over een kerstdiner dat niet helemaal verloopt zoals gepland. Soms is “gezellig samen zijn” toch wat ingewikkelder dan gedacht… 🍽️🎄

Zorg dat je niets mist en laat je meevoeren door deze kerstverhalen vol magie, humor, spanning en een vleugje herkenbaarheid! ✍️✨

Heel veel leesplezier🎄✨

Korte verhalen, Schrijven

🎄Catalina en haar Kerstvriend

Dit kort verhaal is speciaal geschreven voor de lieve, kleine Catalina.

Het was een koude, stille kerstavond. Catalina, een vrolijk en springerig meisje van drie, lag in haar warme bedje. Buiten dwarrelden zachte sneeuwvlokjes naar beneden. Catalina hield van Kerstmis. Ze had samen met mama en papa de kerstboom versierd en er lagen al wat cadeautjes onder. Wat zou de Kerstman haar brengen dit jaar?

Net toen Catalina bijna in slaap viel, hoorde ze ineens een zacht tinkel-tinkel geluid. Ze spitste haar oren. Wat was dat? Het klonk als belletjes, maar niet in huis… het kwam van buiten! Catalina sprong uit bed, trok haar dikke sloffen aan en glipte naar het raam. Ze duwde het gordijn een stukje opzij en keek naar buiten.
En daar, in de sneeuw, stond een rendier! Zijn vacht glinsterde in het maanlicht en kleine belletjes aan zijn halsband tinkelden zachtjes. Maar er was iets vreemds. Het rendier hinkte een beetje en hield één poot omhoog.
‘O nee!’ fluisterde Catalina. ‘Hij heeft pijn!’

Catalina, die dol is op dieren en niets liever doet dan ze aaien en helpen, trok snel haar warme jas aan over haar pyjama en liep zachtjes naar buiten. De sneeuw knarste onder haar sloffen. Toen ze dichterbij kwam, keek het rendier haar met lieve, grote ogen aan. Het leek alsof hij wist dat Catalina hem wilde helpen.
‘Hallo,’ zei Catalina voorzichtig. ‘Doet je pootje pijn?’ Het rendier knikte zachtjes, alsof hij haar begreep. Catalina zakte door haar knieën en aaide voorzichtig over zijn zachte neus. Ze zag dat er een klein takje tussen zijn hoefje zat en dat deed vast zeer!
‘Ik help je,’ zei ze vastberaden. Met haar kleine vingers pakte Catalina het takje voorzichtig vast en trok het eruit. Het rendier hinnikte zachtjes en schudde zijn kop, alsof hij wilde zeggen: ‘Dank je wel!’

Toen gebeurde er iets magisch. Het rendier sprong blij op en begon in een rondje te dansen. Zijn belletjes klingelden vrolijk in de koude nacht. Catalina klapte in haar handjes en begon mee te dansen, zoals ze dat zo graag doet. Ze draaiden rondjes in de sneeuw en Catalina schaterlachte luid.
Toen stopte het rendier plotseling en boog zijn kop. Uit zijn halsband viel een klein glinsterend zakje. Catalina pakte het voorzichtig op en maakte het open. Binnenin zat een gouden belletje.
‘Voor mij?’ vroeg Catalina verbaasd. Het rendier knikte weer. Toen draaide het zich om en liep langzaam weg, richting de sterren. Maar net voordat hij verdween, draaide hij zich nog één keer om en hinnikte. Het klonk bijna als ‘Vrolijk kerstfeest!’

Catalina rende terug naar binnen en kroop snel in bed met de gouden belletje zachtjes tinkelend in haar hand. Ze kon niet wachten om papa en mama morgen alles te vertellen. Deze magische ontmoeting zou ze nooit meer vergeten.
En dat jaar, onder de kerstboom, lagen de mooiste cadeautjes, maar niets was zo speciaal als het gouden belletje van haar nieuwe vriend, het rendier.

© Bernadette Lugies 2024