Een kort verhaal, geïnspireerd door het nieuwe boek dat ik aan het schrijven ben en hopelijk dit jaar uitkomt.
Ze weet niet dat ik hier ben, maar ik voel haar. Haar aanwezigheid snijdt door de lucht, als een elektrische stroom die alles in beweging zet.
Elke ochtend om precies zeven uur opent ze de gordijnen. Het is een ritueel, een uitnodiging die ze onbewust naar me uitstuurt. Ik neem die aan. Elke dag.
Ze loopt de straat op, het zachte klik-klak van haar hakken echoot tussen de gebouwen. Ik volg haar. Altijd op veilige afstand, net ver genoeg om te verdwijnen in de massa. Ze voelt me soms, dat weet ik zeker. De manier waarop ze om zich heen kijkt, haar pas even versnelt. Ze weet dat er iemand is. Dat ik er ben.
Vandaag stopt ze bij dat koffietentje op de hoek. Mijn kaakspieren spannen zich. Dit is niet haar normale route. Haar voorspelbaarheid is wat me aantrekt, wat me bindt.
Maar dit—dit is een breuk in het patroon. Is het een test? Probeert ze me af te schudden?
Ik zet de auto in de schaduw van een vrachtwagen en blijf zitten, mijn ogen strak op haar gericht.
Ze gaat naar binnen, haar sjaal losjes om haar nek. Dat zachte, rode wol… Ik wil het aanraken. Het vastpakken. Het van haar afrukken om te zien hoe ze reageert.
Ik stap uit. De koude lucht slaat tegen mijn gezicht, maar ik voel niets anders dan de drang om dichterbij te komen.
Ik blijf achter de glazen gevel staan, net buiten haar gezichtsveld. Ze zit met haar rug naar me toe, haar hoofd gebogen over een boek. Het kost me moeite om mijn ademhaling in toom te houden. Alles aan haar lijkt bedoeld om mijn controle te testen.
Mijn hand glijdt in mijn jaszak. Mijn vingers sluiten zich om het mes dat daar verborgen ligt. Niet omdat ik het wil gebruiken—nog niet. Maar het geeft me macht. Een zekerheid dat ik alles in handen heb, letterlijk en figuurlijk.
Ze staat op en loopt richting de deur. Ik stap snel opzij, mijn blik vastgeklonken aan haar gezicht.
Voor een moment denk ik dat onze ogen elkaar kruisen, maar dan draait ze zich om. Ze weet het. Ik weet dat ze het weet. En toch doet ze niets. Ze probeert me uit te dagen, haar angst achter een masker van zelfverzekerdheid te verbergen.
Ik volg haar weer, op dezelfde afstand als altijd. Maar vandaag is het anders. Vandaag denk ik niet aan afstand. Vandaag denk ik aan hoe dichtbij ik zou kunnen komen.
De wereld lijkt kleiner te worden. Het is alleen nog zij en ik, gevangen in deze eeuwige dans. Maar elke dans eindigt uiteindelijk. En ik ben degene die beslist hoe.
© Bernadette Lugies 2025

