Vervolg van: Harry en een Lente Avontuur
Harry en Fladder volgden de route op de kaart heel voorzichtig. De zon stond inmiddels hoog aan de hemel en de bloemen leken nog kleurrijker dan eerder die ochtend. Overal fladderden vlinders, en vogels zongen vrolijk in de bomen.
‘Volgens de kaart moeten we hier links, naar het bosje achter het plein,’ zei Fladder terwijl ze boven de kaart zweefde. Haar vleugels glinsterden in het zonlicht.
Harry keek om zich heen.
‘Ik hoop dat Wiebel daar is. Hij klonk echt heel verdrietig.’
Bij het kleine bosje aangekomen zagen ze tussen de struiken een witte pluizenbol verstopt zitten. Heel stilletjes schuifelde Harry dichterbij.
‘Wiebel? Ben jij dat?’ vroeg hij zacht.
Langzaam kwamen twee lange oren tevoorschijn, en daar was Wiebel. Zijn neusje trilde en zijn oogjes waren nat.
‘Ik… ik weet niet of ik het nog kan,’ piepte hij. ‘Mijn neef de Grote Paashaas rekent op me. Maar ik ben niet goed genoeg…’
Harry voelde zich even verdrietig toen hij het trillende konijntje zag.
‘Dat is niet waar, Wiebel. Kijk eens,’ zei hij terwijl hij het mandje met de kaart liet zien. ‘We hebben jouw mandje gevonden. En Fladder en ik… we willen je helpen. Want vrienden laten elkaar niet in de steek.’
Fladder landde zachtjes op Wiebel’s kop.
‘Samen krijgen we dit voor elkaar, echt waar!’
Wiebel snufte, maar voor het eerst verscheen er een klein glimlachje.
‘Willen jullie echt meehelpen?’
‘Ja!’ riepen Harry en Fladder tegelijk.
Wiebel pakte het mandje en keek naar de kaart.
‘Oké… dan beginnen we hier. We moeten de eieren verstoppen bij deze huizen. En… het allerbelangrijkste… het gouden ei moet verstopt worden in de grote speeltuin.’
Samen gingen ze op pad. Voorzichtig liepen ze langs het paadje, af en toe kijkend of niemand hen zag. Bij het eerste huisje aangekomen wees Wiebel waar hij het ei had willen verstoppen.
‘Kijk,’ zei hij, ‘precies daar, bij die bloempot. Daar vindt niemand hem zomaar.’
Harry snuffelde goed en duwde het ei met zijn neus precies op het plekje dat Wiebel bedoelde. Fladder zweefde erboven en riep: ‘Perfect verstopt!’
Bij het volgende huis lag een kleine vijver.
‘Hier wordt het lastig,’ zuchtte Wiebel. ‘Mijn neef kan dat zó goed. Maar ik… ik weet niet waar.’
Harry dacht even na en wees toen met zijn neus naar een wilg.
‘Wat als we het ei onder die hangende takken leggen? Het lijkt net een gordijn van bladeren.’
Wiebel glunderde.
‘Dat is slim, Harry!’ Met een sprongetje legde hij het ei neer en Fladder klapte zachtjes met haar vleugels.
Zo gingen ze door, van huis naar huis. Bij elk huis werd Wiebel een beetje zekerder. Hij durfde zelfs al zelf eieren te verstoppen zonder te bibberen.
‘Je doet het geweldig,’ zei Harry. ‘Je bent echt al bijna een echte paashaas!’
Wiebel glom van trots.
‘Denk je dat echt?’
Harry knikte.
‘Zeker weten.’
Uiteindelijk kwamen ze bij de grote speeltuin. Wiebel keek naar de kaart en haalde diep adem.
‘Hier… hier moet ik het gouden ei verstoppen. Als ik dat goed doe, dan weet mijn neef dat ik het kan.’
Fladder landde op zijn schouder.
‘We helpen je, hoor. Kijk goed rond. Waar zou jij het gouden ei verstoppen als je een echte paashaas was?’
Wiebel keek goed om zich heen en zag toen een grote, dikke struik met felgroene bladeren.
‘Daar… daarachter is een holletje.’
Samen liepen ze erheen en Wiebel legde heel voorzichtig het gouden ei neer. Hij keek nog één keer naar zijn mandje en zuchtte diep.
Op dat moment hoorden ze een vrolijke lach. Uit het bos kwam een grote, sterke paashaas tevoorschijn met een grote mand vol eieren. Zijn vacht glansde in de zon en zijn ogen straalden van trots.
‘Wiebel!’ riep hij. ‘Ik heb alles gezien. Je hebt het geweldig gedaan.’
Wiebel sprong op.
‘Echt? Maar ik had hulp… van Harry en Fladder.’
De grote paashaas knikte.
‘En daarom ben ik nog trotser. Want een echte paashaas weet dat samenwerken belangrijk is. Jullie zijn een geweldig team.’
Harry kwispelde en Fladder fladderde blij in het rond.
‘We hebben het samen gedaan,’ zei Harry.
De paashaas haalde drie kleine pakjes uit zijn mand.
‘Voor jullie alle drie,’ zei hij. ‘Een bedankje voor echte paashelden.’
In elk pakje zat een speciaal chocolade-ei, glanzend en prachtig versierd.
Wiebel keek nog één keer om zich heen en zuchtte diep.
‘Ik was echt bang… maar met jullie erbij durfde ik het.’
De grote paashaas legde een poot op zijn schouder.
‘En dat is wat een paashaas leert. Moed, vriendschap en een beetje magie.’
Samen speelden ze nog even in de speeltuin en toen de kinderen kwamen om de paaseieren te zoeken, renden ze snel de speeltuin uit.
Met een brede glimlach liep Harry terug naar huis. Fladder zweefde naast hem.
‘Dit was de mooiste paasdag ooit,’ zei Harry terwijl hij de tuin weer in glipte.
‘En weet je wat?’ zei Fladder. ‘Ik denk dat dit nog maar het begin is van onze avonturen.’
En daar was Harry het helemaal mee eens.
Fijn pasen iedereen!
©Bernadette Lugies 2025





